Geduld met God

Geduld met GodIn de vakantie lees ik boeken, waar ik normaal niet altijd aan toe kom. Soms leg ik ze snel weer weg, omdat ik niet “gegrepen” wordt. Dan is het zonde van de tijd om door te lezen. Een vakantie is toch al zo voorbij. (Of ben ik de enige, die dat zo beleeft? 😉 )
Soms geeft het me herkenning en veel stof tot nadenken.
Deze zomer las ik opvallend veel boeken over “twijfel”.
Het boek van Bram Beute over zijn zoektocht “Ik geloof geloof ik”. Helemaal uitgelezen.
Van een dierbare zuster uit de gemeente kreeg ik het boek “Geduld met God” mee. “Dit moet je lezen”, zei ze, “vooral het eerste hoofdstuk”.
“Geduld met God” van Tomas Halik. (Tomas Halik is priester en hoogleraar Filosofie en Sociologie aan de Karelsuniversiteit in Praag.)
Het boek heeft als ondertitel “Twijfel als brug tussen geloven en niet-geloven”.
Ik werd alleen al gegrepen door een motto voor in het boek van Adel Bestravos:

“Geduld met anderen is liefde,
geduld met jezelf is hoop,
geduld met God is geloof”.

Wat bedoelt Halik met “Geduld met God”?

Want wij leren uit de Bijbel vaker dat God geduld met ons moet hebben. Met onze zwakheid en ons kleingeloof. De Bijbel reikt ons daarvoor het mooie woord ‘lankmoedigheid’ aan.
Maar: hoe kunnen wij nu geduld met God hebben?

Halik bedoelt dit: hij voelt veel verwantschap met atheïsten en agnostici. Behalve op het punt, dat zij geloven (!) dat God niet bestaat. Hij bedoelt, dat hijzelf ook vaak sterk de “afwezigheid van God” ervaart.
Alleen: de interpretatie van deze ervaring gaat bij atheïsten vaak te snel. Te snel trekken zij de conclusie, dat God dus niet bestaat of al een tijdje dood is. Het lijkt een uiting van ongeduld.
Maar: net zo min voelt Halik zich thuis bij gelovigen, die al te snel met allerlei mooie verklaringen komen in tijden waarin God ver weg lijkt en niet ingrijpt.
Beiden zijn te snel klaar met de grote vragen en het “mysterie, dat wij God noemen”.
Hij bedoelt, dat God veel groter is dan wij vaak beseffen of kunnen omvatten met ons mensenverstand. Hij gaat daar hoog bovenuit (en niet tegenin!). Hij is God, dus wat zou je anders verwachten?
Halik lijkt aan te sluiten bij de vragen van de Prediker uit de Bijbel: het leven kan ons voor veel raadsels stellen. Voor grote vragen. Waar is God in tijden van kwaad en pijn? In tijden van welvaart?
Is het leven niet gewoon heel banaal? Bestaat God wel?

Net als de Prediker draait Halik het dus om: “Als God bestaat en liefde is, waarom lijkt hij dan zo vaak verborgen, afwezig, en lijkt het leven een zinloos geheel?”. En dan schrijft hij deze zin op: “Er is maar weinig, dat zozeer naar God verwijst en zo nadrukkelijk om God roept als juist de ervaring van zijn afwezigheid”.
Soms leidt dit tot een aanklacht. Tot afwijzing van God.
Soms (vaker?) leidt dit tot verder zoeken en……vinden.
Geduld met God wil zeggen, dat je God God laat zijn en dat je de tijd neemt om te groeien in inzicht. Dat je eerst maar eens een tijdje geduldig (!) op de drempel van dit grote mysterie blijft staan. Je gedachten laat rijpen. Luistert naar de vragen van de moderniteit en die serieus neemt.
De vragen van atheïsten en agnosten moeten ons steeds opnieuw wakker schudden “uit een lome rust van valse zekerheden”. Die vragen kunnen ons zelfs helpen om bevrijd te worden van onze ‘religieuze illusies’ en oppervlakkigheid en ons voorbereiden en open stellen voor verdieping en antwoorden.
Dit geduld betekent ook dat je bereid bent om te luisteren naar God.
Hij heeft echt wat te zeggen!
Te snelle zekerheden en antwoorden van atheïsten én gelovigen kunnen het groeien en vinden enorm in de weg staan. Triomfantalisme is voor ieder mens de grote vijand van dit zoeken en vinden. Groeien is een weg. Geduld dus.

De woorden van Halik (die ik hierboven kort samenvatte) zijn mijn ervaring.
Ik herken de volgorde, die Halik aanprijst.
Niet “ik merk weinig van God in dit leven (als dat al zo is) en dus bestaat God niet”, maar “als God bestaat, waarom lijkt hij dan zo vaak afwezig en lijkt het leven vaak zinloos en hard?”.
En ik bedoel dat niet arrogant.
Toen ik op het Atheneum zat in IJmuiden werd ik steeds meer door vragen uit het atheïsme omringd. Tot in onze schoolkrant toe.
En die vragen werden mijn vragen.
Maar: ik was gelovig opgegroeid. Ik ging elke zondag naar de kerk. Kende mijn Bijbeltje: iedere avond voor het slapen gaan las ik een hoofdstuk. Elke avond bad ik tot God. (Ja, ik was erg vroom! 😉 ) Als ik naar de natuur keek en de sterren, dan kon ik er gewoon niet omheen, dat er een God bestaat.
Toen kwamen de vragen. Over evolutie, existentialisme, projectie, lijden, uitverkiezing, religies…
Mijn geloof werd heftig door elkaar geschud. En nog.
Toch ben ik niet op de weg van het atheïsme geraakt.
Het atheïsme heeft mij eerder geholpen: door te lezen, na te denken, te luisteren (ook naar de vaak scherpe vragen) mocht ik verder komen en groeien in inzicht. Mocht ik parels vinden.
God heeft veel geduld gehad met mij. En nog.
Dan mag ik ook wel wat geduld hebben met Hem.

Auteur: At Kramer

Geef een reactie