Jong en oud en de erfzonde

ExodusEen paar weken terug hield ik de laatste preek in de serie “Jong en oud”. Die ging over de vraag of je zonden kunt erven. Over erfzonde. Ik heb daarvoor Ezechiël 18 en Exodus 20 naast elkaar gelegd. Exodus 20 lijkt dat namelijk te leren. In vers 5 staat, dat God voor de schuld van de ouders de kinderen laat boeten. Het lijkt er dus op, dat de kinderen de zonde en de straf op die zonden van hun ouders erven. Het lastige is, dat in Ezechiël 18 het omgekeerde lijkt te staan. Daar staat juist, dat God de kinderen nooit straft vanwege de zonde van de ouders. Een zoon kan in zijn leven een heel andere keus maken dan zijn vader en draagt dan zelf de zegen of de vloek daarvan mee.
Het lastige is ook, dat de tekst (de vertaling) van Exodus 20 nogal confronterend is. Veel ouders hebben kinderen die in hun leven een andere keus hebben gemaakt. Die niet meer naar de kerk gaan en soms zelfs ook niet meer geloven. En dat is een diepe pijn. De tekst van Exodus 20 lijkt die pijn nog eens extra aan te raken door te suggereren, dat dit dus de schuld van de ouders is. Dat is dubbele pijn. Dat bleek ook tijdens de ‘nabespreking’ tijdens de dienst vlak na de preek. In een vraag werd gezegd, dat ouders zo het idee kunnen hebben “dat ze het niet goed hebben gedaan”. Wat kun je daarmee worstelen.

Ik begrijp die vraag heel goed. Al vond ik het wel bijzonder, dat die vraag na deze preek werd gesteld. De lijn van de preek was namelijk, dat erfzonde in deze zin niet bestaat: als ouders kun je dicht bij de HERE leven, het geloof goed voorleven en ook veel doorgeven aan je kinderen, maar je kinderen kunnen alsnog een andere weg gaan. Of andersom. Ezechiël 18 is hierin heel duidelijk.

Maar Exodus 20: 5 dan? Daar staat toch, dat God de “kinderen laat boeten voor de zonden van de ouders”. Staat dat daar? Nee. Ik vind dat een slechte vertaling van het Hebreeuwse woordje dat daar staat. Voor het woordje voor “boeten” staat in het Hebreeuws het woordje “paqad”. Dit betekent “bezoeken”, “omzien naar”. En dat kan in gunstige en ongunstige zin zijn. In Genesis 21 staat, dat de HERE Sara “bezocht”. Sarah ontvangt een zoon. De HERE heeft naar haar “omgezien”. Maar het kan ook “straffen” betekenen. Wat is hier een goede vertaling? In het Duits kwam ik de vertaling “heimsuchen” tegen. Dat woord vind ik hier wel mooi: in je eigen “Heim”, “huis”, gezin, kom je de gevolgen tegen als je andere goden gaat dienen. Want kinderen nemen een voorbeeld aan hun ouders. Zij gaan in eerste instantie jouw goden dienen. En ze gaan God dienen zoals zij dat van jou zien. Dat kun je zelf (tot je verdriet) nog zien gebeuren in je eigen “Heim”. En daar waarschuwt de HERE voor in de wet: geef het goede voorbeeld! Weet wat je aan je kinderen meegeeft. Hoe je over de HERE spreekt. Hoe je bidt. Waar je naar kijkt op TV. Etc.

Tegelijk zit er ook een belofte aan vast, die nog veel verder reikt: “Als je als ouders de HERE lief hebt en Hem dient, dan bewijst God zijn liefde tot in het duizendste geslacht.” Wat je aan goeds aan de kinderen hebt meegegeven, is dus nooit zonder vrucht! Je mag rust vinden in Gods trouw aan jou en je kind. Dat is nu juist, wat de HERE in het teken van de doop keer op keer laat zien.

Het zou erg mooi zijn, wanneer er een betere vertaling zou komen voor dat woordje “paqad” in Exodus 20: 5. Nu werkt het wel erg verwarrend en belastend.

Auteur: At Kramer

Geef een reactie