Namen voor oudste, diaken en jeugdouderling.

Dit is belangrijk.

Deze zondag wordt aan de gemeente gevraagd om namen op te geven van broeders, die de gaven hebben om oudste of diaken in onze gemeente te kunnen en mogen (!) zijn. Want het ontdekken van die Geestelijke gaven en het roepen tot deze ambten is aan de gemeente. De kerkenraad geeft alleen maar leiding aan dit proces. Elk jaar vraagt de kerkenraad daarom namen. Liefst met motivatie.

Dit jaar is dat meeleven, bidden en ‘ontdekken’ misschien wel meer nodig dan ooit. Want er is slechts één diaken, die aftreedt, maar wel vier (!) oudsten, die aftreden. En daarnaast is er ook een jeugdouderling nodig. Vijf namen voor oudste dus! En dat terwijl het “krijgen” van oudsten al zo moeilijk blijkt.

Eerst over dat laatste: in alle gemeenten blijkt, dat het lastig is om voldoende oudsten te benoemen. Hoe komt dat? Wij merken, dat dat vaak te maken heeft met de combinatie van gezin, werk en gezondheid. Er wordt in onze maatschappij vaak veel gevraagd. Inzet, reistijden en extra cursussen. Gezinnen vragen veel aandacht en tijd. En dat is goed. Maar als je daarnaast dan ook nog eens een hele wijk hebt en vergaderingen…..!!!?? Meerderen hebben in de loop van de jaren daarom al ontheffing gevraagd. En gekregen. Daarnaast kunnen er nare ervaringen meespelen. Op vergaderingen. Of als problemen in de gemeente te groot werden. Discussies te fel. Anderen hebben weer heel persoonlijke motieven, waardoor dienen als oudste of diaken niet goed mogelijk is.


Ja, en dan nu?!!

Ik zou nu natuurlijk een wervend verhaal kunnen schrijven. Hoe mooi het is om oudste of diaken te zijn. (En dat is het!) Of, dat als de Geest van God je door de gemeente roept, als Hij jou gaven geeft en je nodig heeft, dat je dan gewoon gehoor moet geven. Ik zou kunnen schrijven over Paulus, die het dienen als oudste of diaken een “eerzaam streven” noemt. In de vertaling 1951 een “voortreffelijke taak” (1Timotheus 3). En ik zou veel ervaringen met u kunnen delen van bezoeken en gesprekken, die ik als mooi en bijzonder heb ervaren. En als heel zegenrijk. Het is mooi om de gemeente te mogen dienen! Maar, ja, ik weet ook hoeveel het van je vragen kan. Paulus wist dat ook. De Heilige Geest geeft gaven en roept. Maar er is ook nog een boze geest, de duivel, die er veel voor over heeft om juist mensen, die leiding geven en zich geven, te laten struikelen. Om hen te ontmoedigen. En hij vindt daar vaak veel openingen voor. Ook het leven is zelf gebroken. Vol pijn. Vol vragen. Verleidingen. Wat kan dat voor jezelf al zwaar zijn! Moet je dan ook nog de pijn van andereen mee helpen dragen? Om deze reden heb ik er in Kampen ook vreselijk tegenop gezien om predikant te worden. En elke dag weer loop ik tegen mijn zwakheid aan en verwonder ik me erover, dat God mij geroepen heeft. Totdat ik in de Bijbel zag, dat God juist mensen roept, die zich zwak weten. Die zelf gewond zijn. Die zichzelf het niet waard vinden. Die van genade durven leven. En dus juist daarover kunnen spreken. Ik heb een boekje van Henri Nouwen over pastoraat met de titel “The wounded healer”. Om over na te denken.


Nog iets.

Daarnaast is er ook een verschuiving gaande. En volgens mij een zeer Bijbelse. Deze: De ambten van oudste en diaken worden steeds meer van elkaar onderscheiden. Ze hebben ieder hun eigen “werkveld” en dus hun eigen vergaderingen. De oudsten zijn vooral geroepen om Geestelijk leiding te geven aan de gemeente. Om ervoor te zorgen, dat het evangelie in de gemeente klinkt en mensen te helpen om met en naar dat evangelie te leven. Diakenen mogen ervoor zorgen, dat dat evangelie ook echt handen en voeten krijgt in de gemeente. In het zorgen voor elkaar. We hebben ook daarom steeds minder “brede” vergaderingen van oudsten en diakenen samen.

Ook omdat het moderamen van de kerkenraad veel “bestuurlijke taken” van de (brede) kerkenraad bespreekt en voorbereidt. Het moderamen behartigt lopende zaken en bereidt zorgvuldig voorstellen voor. Dit scheelt veel man-uren aan vergaderen!

Daarnaast ook deze verschuiving: “vroeger” was het zo, dat de dominee en de oudsten en diakenen alles moesten doen. Als je in de kerkenraad zat had je dus een enorme klus en werd je overal op aangesproken. Naast de twee vergaderingen elke maand, had je ook alle huisbezoeken en daarnaast de bijzondere bezoeken. Soms nog eens extra vergaderingen. Dat is nu niet meer zo. De oudsten hebben als kerntaak: Geestelijk leiding geven. Vragen als: wat heeft onze gemeente nodig in deze tijd? Hoe kunnen we zo goed mogelijk de Here Jezus zelf in onze gemeente Herder laten zijn? Wat hebben jongeren nodig? Hoe moeten we onze erediensten zo inrichten, dat we echt voedsel en vreugde ontvangen? Hoe gaan we om met gasten, vluchtelingen, vragen over samenwonen of homofilie… Wat bedoelt de Bijbel met tucht? Welke thema’s moeten er in de preken terugkomen? Er is dus minder nadruk op ‘bezoeken’. Bezoeken zijn wel nodig, maar die hoeven oudsten niet allemaal zelf te doen. Ook al gaat een oudste, die herder wil zijn en zijn wijk wil kennen, wel bij de mensen op bezoek. Ook omdat er altijd wel schapen zijn die dreigen de weg kwijt te raken.

Maar, en dat is heel bijbels, de oudsten zijn er ook om “de heiligen toe te rusten in zijn dienst”. (Efeze 4). In de gemeente zijn veel gaven en die mogen worden ingezet. Daarom zijn er in de afgelopen jaren ook wijkteams ingesteld. Met bezoekers. En een pastoraal team met veel kennis en ervaring. Als oudste of diaken hoef je dus niet “alles te doen”. Je mag (en moet!) anderen inschakelen. En dat zien we dus ook gebeuren in onze gemeente. Het is een grote zegen!


Nog iets: de jeugdouderling.

In het afgelopen jaar zijn we erg bezig geweest met vragen rondom onze jeugd. Vragen rondom jongeren, die worstelen met geloof en kerk. Die geloof en kerk soms loslaten. Maar ook vragen rondom de enorme groep kinderen (en dus jongeren), die er nu aankomt. Hoe gaan we daarmee om? Wat kunnen we voor hen betekenen?

In dat nadenken heeft het denken over een jeugdouderling een grote plaats gehad. Hoe is dat gegaan? We hadden twee jeugdouderlingen. Jochum Muurling en Marnix van Halem. Afgelopen jaar, in mei 2015, liep hun ambtstermijn af. Ze hadden vier jaar gediend en mochten gaan uitrusten. De vraag was nu: gaan we weer gewoon twee nieuwe namen aan de gemeente vragen? Of: hoe gaan we het jeugdwerk vorm geven? In de jaren, dat Marnix en Jochum geroepen waren om vooral naar de jongeren om te zien, bleek hoe moeilijk en moeizaam dat was. We hebben meerdere keren bij elkaar gezeten om daarover door te praten en om de contacten met jongeren onder elkaar te verdelen. We bespraken iedere keer een lijst van zo’n 70 (!!!) namen. Alleen dat al. Steeds bleek hoe moeilijk het was om met jongeren contact te maken. Ondanks de mogelijkheden van email, appen, twitteren en telefoon. Nog moeilijker was het om vooral geregeld met jongeren contact te houden. Vaker gesprekken te hebben. Te begeleiden. We hadden een grote motivatie, maar waren gewoon met veel te weinig. (Ook al hebben Marnix en Jochum veel inzet en liefde getoond voor jongeren in onze gemeente. En dus veel gedaan.) Maar de vraag kwam op: is het wel zinvol om nieuwe jeugdouderlingen te zoeken? Bereiken we daarmee ons doel: geregelde contacten en gesprekken met alle jongeren?

We begrepen, dat we meer broeders en zusters in de gemeente nodig hebben om elkaar ook op dit punt vast te houden en te steunen. We hebben daarom de vraag naar nieuwe jeugdouderlingen voorlopig even in de kast gezet en zijn breder gaan kijken. We hadden al wijkteams en een pastoraal team. Zou het niet goed zijn om ook een team, een pastoraal team, voor jongeren op te zetten. Een team van minstens 5 broers en/of zussen. Dan ben je al met 5! Die kunnen dan zelf al contacten maken en een band aangaan. Maar die kunnen ook weer gemeenteleden vragen om contact te maken met een jongere. Om een soort van “coach” te zijn. We hebben aan Marnix en Jochum gevraagd om nog even “aan te blijven” en met ons na te denken over een goed voorstel. Dat ligt er nu. Uitgebreid besproken op moderamen en brede kerkenraad. En dat komt dus naar u toe.

Toen kwam de vraag weer terug: is er nu nog een jeugdouderling nodig? Wat voegt dat toe? Wat wordt zijn taak? Ook daar is op het moderamen en op een brede vergadering over gesproken. Daar is besloten om de gemeente toch weer om de naam voor een jeugdouderling te vragen. Waarom? Omdat we als kerkenraad het contact met het Pastoraal jeugdteam en zo met de jongeren heel direct willen houden. Als een kerkenraad Geestelijk leiding wil geven, dan moet het contact met een belangrijke groep in de gemeente, de kinderen/jongeren, niet op een afstand zijn, maar heel regelmatig en direct. Wij moeten willen weten wat er in heel de gemeente leeft, maar zeker onder deze groep. Ook omdat kinderen en jongeren niet altijd zeggen wat ze vinden. Zij zullen zelf het contact niet snel zoeken. Zij zeggen wat ze vinden met hun voeten. Dat wil zeggen, dat ze vaak al jong van binnen afscheid genomen hebben en dat ze op een geven moment steeds minder en later gewoon niet meer in de kerk komen. Ze mijden het gesprek liever. Maar hun voeten spreken boekdelen. We moeten als kerkenraad en als gemeente willen nadenken over kerk-zijn in deze tijd. Wat is er nodig? Wat hebben kinderen/jongeren nodig? Hoe kunnen we faciliteren en ondersteunen? Een jeugdouderling kan hier veel aan bijdragen.

Wat wordt de taak van de jeugdouderling?
Hij is verantwoordelijk voor de hele jeugd. Van 0-25 jaar. In die zin, dat hij het geheel overziet. Zodat er goede overgangen en contacten zijn. Dat wil niet zeggen, dat hij ook alles moet doen. Want we hebben al een KEK voor de kinderen van 0-12 jaar. En die is erg actief. We hebben de jeugdraad voor de kinderen van 12-25 jaar. Ook die denkt na en organiseert. We hebben de catechisaties. Maar wel goed dat er iemand is, die het geheel overziet. Die kan aanspreken.

Daarnaast is de jeugdouderling wel lid van het Pastoraal jeugdteam. Want dat is zijn kerntaak: jongeren van 16-25 opzoeken en ondersteunen. Samen met het Pastoraal jeugdteam en met ons allemaal.

Is deze taak voor een jeugdouderling niet te zwaar? Dat ziet er wel zo uit. Maar dat hoeft niet. Hij hoeft niet alles te doen en kan dus veel delen met anderen. Daarnaast moet het allemaal in de praktijk groeien en vorm krijgen.


Nou, een heel verhaal zo. Ik hoop, dat het ons mag helpen bij het nadenken over de namen, die we mogen opgeven. Maar ook over onze eigen plek in onze gemeente. Een gemeente is een lichaam, waarin ieder orgaan een plekje heeft en andere organen erg nodig heeft. (1 Korinthe 12) En het Hoofd is Jezus zelf.

Voor de kerkenraad,

Auteur: At Kramer

Geef een reactie