Waterdragers

Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water’. Ze vulden ze tot aan de rand. (Johannes 2: 7)

Vandaag worden er ambtsdragers bevestigd. Zoals elk jaar. Dat kan dus heel gewoon lijken. Zoals het ieder jaar ook Pasen wordt en Pinksteren. Zoals het ieder jaar ook weer zomer wordt en de vakanties beginnen. Het is niet gewoon. Het zijn allemaal geschenken. Geschenken van God. Ook die nieuwe oudsten en diakenen. In het Grieks heten dat “charismata”. Geschenken, cadeaus. In dat woordje zit het woordje “charis”. Dit is “genade”.

Dat is voor hen zelf belangrijk. Het ambt, de roeping van God om zijn gemeente te dienen, is een geschenk. En om die mooie taak te kunnen uitvoeren, geeft de Heilige Geest ook nog eens gaven: wijsheid, zelfbeheersing, vriendelijkheid, geloof, trouw, geestelijk inzicht….. Oudsten en diakenen zijn dus heel “charismatisch”.

Paulus noemt dit in zijn brief aan Timotheus een “heel mooie taak”. Wat mooi om mensen te steunen in hun weg naar Gods Koninkrijk! Wat een groot feest moet het straks zijn om daar samen aan te komen. Om die jongen daar toch terug te zien. Na al dat zoeken, de twijfels, de pijn en de moeilijke gesprekken daarover. Wat mooi als door jou inzet de gemeente een plek is waar liefde is en vrede. Waar mensen zich aanvaard voelen en gezien. Door God en door de mensen. Het is dus geen vervelende plicht, die een keer op je af kan komen en waar je niet onderuit kunt. Het is een geschenk. Een bijzondere gelegenheid, die God je geeft om in zijn Koninkrijk een verschil te maken.

Hoe mooi deze taak ook is, dat wil niet zeggen, dat je er niet tegenop kan zien. Wat kun je je jong voelen en klein. Ook in je eigen geloof. In de Bijbel kom je dat ook steeds tegen. Mozes schrikt terug. Jeremia voelt zich veel te jong. Wat kun je ertegenop zien: “Wie ben ik nu eigenlijk? Ik heb al zoveel strijd met mijn eigen geloof.”

Misschien dat dit kan helpen: 3 In Johannes 2 lezen we het verhaal over de bruiloft in Kana. Een bruiloft, die dreigt te verzanden, omdat de wijn op is. Jezus redt de bruiloft van dat bruidspaar door water in wijn te veranderen. Maar: hij schakelt de dienaren van het huis daarbij in. Hij zegt tegen de bedienden: “Vul de zes stenen watervaten tot aan de rand toe met water”. En dan verandert hij het water in de lekkerste wijn. Maar zie je de taakverdeling? Die dienaren hoeven geen water in wijn te veranderen. Dat doet Jezus. Zij hoeven alleen maar water aan te dragen. Zo hoeven oudsten en diakenen “alleen maar” water aan te dragen. Jezus verandert door zijn Geest de harten wel. Dat hoef jij niet te doen. Dat kun je ook niet. En dat weet je.

Hoe doe je dat? Door zelf veel levend water te drinken. Te lezen in de Bijbel. Woorden van God. Door er voor te zorgen, dat die woorden ook klinken in de erediensten en bij de mensen thuis. Zo simpel is het eigenlijk: laat de woorden van God klinken. Jij hoeft geen wonderen te verrichten. Dat doet God wel. Hij verandert water in wijn. Als jij nu maar een trouwe waterdrager wilt zijn.

Gods Zegen,

Auteur: At Kramer

Geef een reactie